ZEELT (Tinca Tinca)
De Zeelt zal men als visser niet snel tegen komen aan zijn hengel. De meeste kans maak je aan plantenrijke oevers van grote meren. Maar ook in kleine meertjes die in verbinding staan met ander water, kan men ze aantreffen. De Zeelt behoort tot de karpachtigen. Hij is te herkennen aan zijn bolronde vinnen en zijn donkergroene rug. Hij heeft ook een paar baarddraden op zijn mondhoeken waarmee hij de bodem aftast naar voedsel. Zijn kleine ronde ogen spelen daarbij geen rol van betekenis. Zijn voedsel bestaat uit, muggenlarven, slakjes, watervlooien en kreeftachtige. De paaitijd is vrij laat. In de vroege zomer worden de groene kleverige eitjes afgezet op planten. Na 3 tot 6 dagen komen de eitjes uit. De jonge Zeeltjes teren dan nog ongeveer 10 dagen op hun dooierzak. Daarna gaan ze zelfstandig op zoek naar voedsel. Zij groeien zeer traag. In het eerste jaar worden ze niet groter dan 3 tot 6 centimeter. Na 3 tot 4 jaar is de Zeelt geslachtsrijp.
ZEELT (Tinca Tinca)
Lengte: max. 70 centimeter
Paaitijd: juni/juli
Aantal eitjes: ongeveer 500.000
Komen uit na: 3/6 dagen
Verspreidingsgebied: alle zoete meren en plassen