BLANKVOORN (Rutilus rutilus)
DE blankvoorn komt vrij algemeen voor in de meest uiteenlopende wateren. Het zijn langzame groeiers en ze bereiken pas na zo'n 10 jaar een lengte van 30 cm. De maximale lengte is ongeveer 40 cm. De jonge exemplaren vormen een belangrijke voedselbron voor roofvissen als de snoek, snoekbaars en baars.
De blankvoorn zelf eet vooral algen, zachte planten en verder nog wat kleine waterdiertjes. De blankvoorn onderscheidt zich van de rietvoorn, ook wel ruisvoorn genoemd, door zijn lichtere kleur en zijn meer naar voren staande rugvin. De paaitijd is in mei/juni en daarbij legt het vrouwtje zo'n 100 a 200.000 eitjes. Deze 1.5 mm. kleine doorzichtige gele eitjes kleven aan ondiepe waterplanten.
Lengte: max. 45 cm.
Paaitijd: mei/juni
Aantal eitjes: 100.000 tot 200.000
Komen uit na: enkele dagen
Verspreidingsgebied: Alle zoete meren en plassen