Wat is Vliegvissen
Vliegvisse is het vissen met een zogenaamde vliegenhengel. Dat is een relatief korte hengel (meestal tussen de 2 en 3 meter) waarop een spoel zit. De spoel bevindt zich helemaal aan het ondereind van de hengel en op die spoel zit een dikke lijn. Aan de dunne punt van die "vliegenlijn" is een nog dunnere meestal taps toelopende - onderlijn bevestigd. Aan het uiteinde van de onderlijn of "leader" wordt dan een kunstvlieg geknoopt. Een kunstvlieg is niets anders dan een vishaakje waarop een imitatie van een insect, visje of een beestje is vervaardigd. Zo'n kunstvlieg wordt van haar, veren en dergelijke gebonden en weegt daardoor bijna niets. De vliegenlijn is zo dik, omdat deze als werpgewicht moet dienen. Om een zeker werpgewicht te krijgen, moet een flink stuk van de lijn buiten het topoog van de hengel zijn. Dat krijg je alleen voor elkaar als je tijdens het werpen de lijn in de lucht telkens langer laat worden, zowel voor als achter je. Je kunt met deze combinatie niet heel ver gooien. Afstanden van 25 mtr. zijn al erg groot. Iedereen die het voor het eerst ziet, praat van een lange zweep die door de lucht zwiept. Oorspronkelijk werd er met de vliegenhengel bijna uitsluitend op stromend water op forel, vlagzalm en zalm gevist. Tegenwoordig wordt dat in allerlei typen water en op vele soorten vis gedaan; in meren, zeeen, sloten en op witvis, roofvis, zeevis, enz....

VLIEGVISSEN IN NEDERLAND
Vliegvissen in ons land kan en nog goed ook!. Het is wel anders dan in beken en rivieren van Duitsland, Alaska of de Ardennen, maar het is zeker zo leuk. Vliegvissen moet je actief doen; er zit geen smaak aan een haak met veren of haar en hij beweegt ook niet vanzelf. Meestal moet de 'vlieg'ook in beweging worden gebracht om de aandacht van de vis te trekken. In stromend water doet het water zelf het meeste werk, maar in stilstaand water zal de visser het moeten doen. Dat betekent dat je voortdurend werpt en met de lijn de vlieg in het water beweegt. Soms heel subtiel, dan weer met grote halen. Dat is afhankelijk van de omstandigheden en het type vlieg. Het is een heel actieve visserij en dat ook spreekt veel mensen aan.
VLIEGENHENGEL EN GEWICHTSKLASSEN
Een moderne vliegenhengel is gemaakt van grafiet of carbon. Dit is een mengsel van koolstoffibers, glasvezels en hars. Een goed bruikbare hengel is te koop vanaf 100,= Euro. De hengels worden gemaakt voor verschillende gewichtsklassen. Dat zijn de gewichtsklassen van de vliegenlijn, aangegeven in de AFTMA-code (de vereniging van fabrikanten van hengelsportmateriaal van Amerika). Op de hengel staat de code aangegeven achter het teken #-teken. #1 is een superlichte lijn. AFTMA 15 is een zeer zware lijn voor bv. Big-Game vissen op zee. Voor Nederlandse voorns is een hengel in de klasse 4 of 5 een goede keuze. Dat is ook een hengel waarmee je in Duitsland of Belgie op vlagzalm en forel kunt vissen. Voor snoek en het vissen op zee is een zwaardere AFTMA 7 of 8 aan te bevelen voor de grote visimitaties (streamers).

DE REEL
De meest gebruikte vliegenreels (lijnrollen) zijn heel eenvoudig; het is in principe een as met een spoel erop waar de lijn op wordt gewikkeld. Om te zorgen dat bij het van de reel trekken van de lijn de spoel niet doortolt, waardoor er een pruik ontstaat, is er een rem aangebracht. Bij de klassieke eenvoudige modellen is dat een rateltje, bij de meer moderne modellen een schijfrem. Een rateltje kermt altijd, ook als de lijn wordt opgewonden en een schijfrem hoor je niet.
DRIJVENDE OF ZINKENDE LIJN
De belangrijkste en meest gebruikte lijnen zijn de drijvende lijnen. Dit zijn lijnen die een van dun nylon gevlochten kern hebben en een coating van zacht kunststof waarin luchtbelletjes zijn ingesloten. De buitenkant is glad, zodat de lijn gemakkelijk door de ogen van de hengel glijdt. Want dat is belangrijk bij het uitwerpen van de lijn, als de lijn door de ogen van de hengel nog een paar meter extra verder schiet. Naast de drijvende lijnen zijn er zinkende lijnen en zinktiplijnen, waarvan alleen de tip zinkt en de rest blijft drijven, allemaal met verschillende zinksnelheden.
DE LEADER
Elke moderne vliegenlijn eindigt in een dunne punt. Aan deze punt kan geen vlieg worden geknoopt, want de lijn is toch nog zo'n 0,6 tot 1,0 mm dik en veel te stug om een knoop in te leggen. Voor de verbinding met de vlieg wordt aan de punt van de vliegenlijn een onderlijn of leader geknoopt. Om een voornvlieg goed te presenteren moet dat nylon tussen 12/00 en 10/00 dik zijn. Door direct 12/00 nylon aan de vliegenlijn te knopen, dwarrelt die voornvlieg bij het landen alle kanten uit. Precies werpen wordt dan onmogelijk. Met een twee-en-eenhalve tot drie meter lange lijn, die taps is en van dik naar dun nylon verloopt, lukt dat heel veel beter. Voor forel wordt gewoonlijk met veel dikkere punten gevist van 14/00 tot wel 22/00 (Oostvoornse Meer). Voor roofvissen als snoek en snoekbaars gebruikt men zelfs stalen onderlijntjes.
VLIEGEN
Er zijn vele tienduizenden verschillende vliegen ontworpen, gebonden en uitgeprobeerd. En er is veel vis mee gevangen. Maar om wat orde in die enorme berg te scheppen, onderscheiden vliegvissers een aantal type. Droge vliegen horen te drijven en ze imiteren uit het water opstijgende of in het water gevallen insecten. Natte vliegen imiteren onder water zwemmende diertjes, dat kunnen insecten of visjes zijn. Nimfen zijn de imitaties van insectenlarven of onder water levende garnaaltjes en zo. Deze vliegen worden gebruikt voor de vissen die klein voedsel eten, zoals voorn, forel en vlagzalm. De streamers zijn groter en moeten visjes voorstellen. die zijn bedoeld voor viseters zoals, roofblei, baars, snoek en grote forel. Daarop kan tegenwoordig ook met poppers en slides; een soort van kleine drijvende jerkbaitjes worden gevist.
DE VERSLAVING VAN VLIEGVISSEN
Terwijl je in de winter de diepere plaatsen of de plaatsen met veel structuur opzoekt, kijk je in de zomer gewoon waar je vis ziet azen. Grote vis laat zich moeilijker 'spotten'dan de kleine vissen. Een bewegende grasspriet in de oever, een kleine opstuwing in het wateroppervlak of even een vin die de waterspiegel beroert. Je moet het leren zien en dat duurt even. Maar als het eenmaal lukt, ben je wel verslaafd en dan beginnen de ontdekkingsreizen naar de beken, meren en zeekusten van Europa en ver daarbuiten. Want met een vlieg van je (bijna) altijd en overal!.
Info bron en foto's: Het Visblad van mei 2004 en van de VNV de Vereniging Nederlandse Vliegvissers. Wil je zelf meer weten over Vliegvissen, surf dan eens naar de site van de VNV. (klik op de logo).