NEDERLANDSE VISSOORTEN met de letter S en T

SNOEKBAARS
HERKENNING: De 2 rugvinnen zijn gescheiden,waarvan de voorste uitsluitend harde stekels heeft.De bovenkaak loopt door tot achter het violet oplichtende oog.
VERSPREIDING: Ingeburgerd en algemeen,komt voor in troebele en diepe heldere wateren.Heeft daarbij voorkeur voor een stevige bodem.
VOEDSEL: Hoofdzakelijk kleine vis.
LENGTE TOT CIRCA: 120cm.
SPIEGELKARPER
HERKENNING: hij is van andere karpertypen te onderscheiden doordat over het gehele lichaam een aantal onregelmatig geplaatste schubben van verschillende grootte voorkomen.
VERSPREIDING: algemeen,komt door uitzetting in veel wateren voor.
LENGTE TOT CIRCA: 120 cm.
STEUR
HERKENNING: 4 bekdraden bij de uitstulpbare,onderstandige bek.In plaats van schubben zijn er 5 rijen beenplaten aanwezig.De bovenste staartlob is groter dan de onderste.
VERSPREIDING: zeer zeldzaam,leeft als trekvis in zoet en zoutwater,maar is uit onze binnenwateren als populatie verdwenen.In de Noordzee wordt nog zeer sporadisch een steur gevangen.In de binnenwateren worden regelmatig ontsnapte of uitgezette exemplaren van gekweekte steursoorten aangetroffen(sterlet,Siberische en Russische steur). Het onderscheid is moeilijk!.
VOEDSEL: hoofdzakelijk kleine bodemdiertjes.
LENGTE TOT CIRCA: 4 meter.
SERPELING
HERKENNING: Kan worden verward met de blankvoorn, de bek is onderstandig.De rand van de rug- anaalvin is hol ingesneden.De isis is geelachtig.
VERSPREIDING: Vrij zeldzaam, komt voor in rivieren en beken, maar is daar sterk achteruit gegaan.
VOEDSEL: Insecten, insectenlarve en andere kleine diertjes.
LENGTE TOT CIRCA: 30 cm.
SPIERING
HERKENNING: Er is een vetvin aanwezig,de bek is bovenstandig.De spiering heeft een kenmerkende komkommergeur.
VERSPREIDING: Vrij zeldzaam, komt algemeen voor in de kustprovincies,het IJsselmeer en daarmee in verbinding staande wateren.Ook in de Waddenzee leeft spiering.
VOEDSEL: Dierlijk plankton en kleine kreeftachtige.De grote spiering eet ook wel vis, meestal kleine soortgenoten
LENGTE TOT CIRCA: 20cm.
SNOEK
HERKENNING: Anaalvin en rugvin bevinden zich ver achterwaarts op het lichaam.De kop loopt uit in een platte brede bek.Het lichaam is getekend met goudkleurige stippen of strepen.
VERSPREIDING: Algemeen, de snoek heeft een voorkeur voor heldere wateren omgeven door plantenrijke oeverzones.
VOEDSEL: Zijn prooi bestaat hoofdzakelijk uit vis.
LENGTE TOT CIRCA: 140cm.
SNEEP
HERKENNING: De bek is onderstandig en ligt onder een vooruitstekende neus.De hoornig hard aanvoelende lippen vormen een vrijwel rechte spleet.Op de zijlijn liggen 56-61 schubben.
VERSPREIDING: Zeldzaam,wordt hoofdzakelijk aangetroffen in het stroomgebied van de Limburgse Maas,maar komt stroomafwaarts ook voor.
VOEDSEL: De sneep schraapt het voedsel,bestaande uit algen en kleine diertjes met zijn bek van de stenen.
LENGTE TOT CIRCA: 50cm.
 
TIEN DOORNIGE STEKELBAARS
HERKENNING: Voor de rugvin bevinden zich 9-11 stekels.De buik is zilverkleurig,de rug-anaalvin bevinden zich ver naar achteren.
VERSPREIDING: Algemeen,heeft een voorkeur voor kleine, plantenrijke wateren.
VOEDSEL: Voornamelijk dierlijk plankton.
LENGTE TOT CIRCA: 7cm.