REGENBOOGFOREL
HERKENNING: de bovenkaak loopt door tot ver achter het oog.De voorrand van de buik-,borst-,en anaalvinnen is lichtgekleurd met zwarte omranding.De staartvin is eveneens zwart omrand.Er is een vetvin aanwezig.De rug is gemarmerd licht/donker getekend.
VERSPREIDING: is uitheems, komt uit Noord-Amerika.Uitgezette exemplaren soms in Geul en Maas.
LENGTE TOT CIRCA: 50 cm.
RIVIERPRIK
HERKENNING: de zuigbek is voorzien van een raspschijf,deze is bezet met een klein aantal tandjes.Er zijn aan elke zijde 7
kieuwopeningen.De zijden en de buik zijn zilverkleurig,bij geslachtrijpe dieren is de rug egaal zwart.
VERSPREIDING: vrij zeldzaam,komt in gering aantal voor in de rivieren en beken.Wordt in zoetwater geboren,maar trekt na 3 a 4 jaar naar zee,en groeit daar verder op.Keert na enkele jaren weer terug naar het zoete water om zich daar voort te planten.
VOEDSEL: de volwassen prik leeft als parasiet op andere vissen in brak en zout water.
LENGTE TOT CIRCA: 40 cm.
ROOFBLEI
HERKENNING: De punt van de onderkaak valt in een kuiltje van de bovenkaak.De brede schuin omhoog gerichte bek, loopt door tot onder het oog.
VERSPREIDING: Uitheems en zeldzaam. Komt oorspronkelijk uit het stroomgebied van de Donau en Oost-Europa.Wordt steeds vaker in de grote rivieren en daarmee verbonden wateren gevangen.
VOEDSEL: insecten, insectenlarve en vis.
LENGTE TOT CIRCA: 100 cm.
RIVIERGRONDEL
HERKENNING: De bek is onderstandig,er zijn 2 bekdraden aanwezig, 1 in elke hoek van de bek.
VERSPREIDING: Algemeen,komt niet alleen voor in rivieren maar ook plaatselijk in diverse stilstaande wateren.
VOEDSEL: Voornamelijk insectenlarve en wormpjes.
LENGTE TOT CIRCA: 20cm.