NEDERLANDSE VISSOORTEN met de letter M en P en R

MEERVAL
HERKENNING: Er zijn 6 bekdraden,waarvan 2 op de onderkaak,2 in de hoeken van de zeer brde bek en 2 lange sprieten op de kop voor de zeer kleine ogen.De opvallend kleine rugvin bevind zich ver naar voren op het lichaam.Op het achterste deel van het lichaam is aan de onderzijde een vinzoom aanwezig.
VERSPREIDING: Zeldzaam,komt voor in de Westeinderplassen en daarmee in verbinding staande wateren.Wordt ook regelmatig in de rivieren en op andere plaatsen gevangen.
VOEDSEL: Voornamelijk vis.
LENGTE TOT CIRCA: 300cm.
POS
HERKENNING: De rugvin bestaat uit een gedeelte met harde stekels en een gedeelte met zachte stekels.Het lichaam inclusief de staart en rugvin, is getekend met donkere vlekjes.
VERSPREIDING:Algemeen,komt met name in de grotere wateren en het IJsselmeer voor
VOEDSEL: Hoofdzakelijk insectenlarve en kleine kreeftachtige.
LENGTE TOT CIRCA: 15cm.
RUISVOORN
HERKENNING: de bek is bovenstandig.De voorzijde rugvis is duidelijk achter voorzijde buikvinnen.
VERSPREIDING: is algemeen,komt voor in ondiepe plantenrijke wateren.
VOEDSEL: voornamlijk insecten,insectenlarve en soms plantdelen.
LENGTE TOT CIRCA: 45 cm.
RIVIER DONDERPAD
HERKENNING: De 2 rugvinnen grenzen aan elkaar,het achterste deel is beduidend langer dan het voorste deel.Op het kieuwdeksel bevindt zich een omhoog wijzend stekeltje.De ogen liggen dicht bij elkaar boven op de kop.Schubben ontbreken.
VERSPREIDING:Vrij zeldzaam,komt in geringe aantallen voor in beken.Heeft een voorkeur voor een harde,stenige bodem.In groter aantal te vinden in grote rivieren en meren met stenen oevers.
VOEDSEL: Hoofdzakelijk insectenlarven,wormpjes en kleine kreeftachtige.
LENGTE TOT CIRCA: 15cm.
REGENBOOGFOREL
HERKENNING: de bovenkaak loopt door tot ver achter het oog.De voorrand van de buik-,borst-,en anaalvinnen is lichtgekleurd met zwarte omranding.De staartvin is eveneens zwart omrand.Er is een vetvin aanwezig.De rug is gemarmerd licht/donker getekend.
VERSPREIDING: is uitheems, komt uit Noord-Amerika.Uitgezette exemplaren soms in Geul en Maas.
LENGTE TOT CIRCA: 50 cm.
RIVIERPRIK
HERKENNING: de zuigbek is voorzien van een raspschijf,deze is bezet met een klein aantal tandjes.Er zijn aan elke zijde 7
kieuwopeningen.De zijden en de buik zijn zilverkleurig,bij geslachtrijpe dieren is de rug egaal zwart.
VERSPREIDING: vrij zeldzaam,komt in gering aantal voor in de rivieren en beken.Wordt in zoetwater geboren,maar trekt na 3 a 4 jaar naar zee,en groeit daar verder op.Keert na enkele jaren weer terug naar het zoete water om zich daar voort te planten.
VOEDSEL: de volwassen prik leeft als parasiet op andere vissen in brak en zout water.
LENGTE TOT CIRCA: 40 cm.
ROOFBLEI
HERKENNING: De punt van de onderkaak valt in een kuiltje van de bovenkaak.De brede schuin omhoog gerichte bek, loopt door tot onder het oog.
VERSPREIDING: Uitheems en zeldzaam. Komt oorspronkelijk uit het stroomgebied van de Donau en Oost-Europa.Wordt steeds vaker in de grote rivieren en daarmee verbonden wateren gevangen.
VOEDSEL: insecten, insectenlarve en vis.
LENGTE TOT CIRCA: 100 cm.
RIVIERGRONDEL
HERKENNING: De bek is onderstandig,er zijn 2 bekdraden aanwezig, 1 in elke hoek van de bek.
VERSPREIDING: Algemeen,komt niet alleen voor in rivieren maar ook plaatselijk in diverse stilstaande wateren.
VOEDSEL: Voornamelijk insectenlarve en wormpjes.
LENGTE TOT CIRCA: 20cm.