NEDERLANDSE VISSOORTEN met de letter B

BLAUWNEUS
HERKENNING: de blauwneus heeft een vlezige snuit.Het voorste gedeelte van de kop heeft een donkere,blauwachtige schijn.De anaalvin is langer dan bij de sneep,er zijn 20 tot 25 vinstralen.De onderstandige bek is hoefijzervormig.In de paaitijd heeft de blauwneus een blauwzwarte bovenzijde,de buik en vinnen worden oranjerood.
VERSPREIDING: uitheems,zeer zeldzaam.Afkomstig uit Oost-Europa,waarvan exemplaren gevangen zijn in de Neder-rijn,het Rotterdamse havengebied en in enkele Limburgse beken.
LENGTE TOT CIRCA: 50 cm.
BLANKVOORN
HERKENNING: de bek is eindstandig,boven in het oog bevind zich een rode vlek.Voorzijde rugvin boven de voorzijde buikvinnen.Op de zijlijn liggen 43-47 schubben.
VERSPREIDING: is algemeen,komt voor in allerlei watertype.
VOEDSEL: voornamelijk slakjes,insectenlarven en soms plantdelen.
LENGTE TOT CIRCA: 45 cm.


BRASEM:
HERKENNING: kleine exemplare kunnen verweard worden met de kolblei.Aantal rijen schubben boven de zijlijn bedraagt 12 tot 14.De oogdiameter is kleiner dan de afstand van het oog tot de punt van de bek.De bek is onderstandig en ver uitstulpbaar.
VERSPREIDING: komt voor in allerlei watertype.
VOEDSEL: voornamelijk insectenlarven,kleine kreeftachtige en wormpjes.
LENGTE TOT CIRCA: 80 cm.
BRONFOREL
HERKENNING: over het hele lichaam verspreid,inclusief de vinnen maar uitgezonderd de buik,komen zwarte stippen voor.Over beide zijden loopt een horizontale purperen band.Er is een vetvin aanwezig.
VERSPREIDING: uitheems, vrij zeldzaam.Komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Wordt uitgezet in o.a. het brakke Veersemeer en sommige andere Delta-wateren. Uitzetting vindt ook plaats in kleine intensief beviste hengelwateren.
VOEDSEL: voornamelijk insecten,insectenlarve,kreeftachtige en soms kleine vissen
LENGTE TOT CIRCA: 100 cm.
BLAUWBAND
HERKENNING: De bek is bovenstandig, er is een niet altijd goed zichtbare donkere band van de neus tot aan de staart.Mannetjes zijn donkerder van kleur,in de paaitijd staalblauw.Kop en kieuwdeksels zijn dan violet en rood- achtig
VERSPREIDING: Uitheems, zeer zeldzaam.Vissoort uit Oost-Azie,breidt zich naar het westen uit.Is aangetroffen in beken en andere wateren in Noord-Limburg en in de Maas en Rijn.
VOEDSEL: Kleine kreeftachtige,slakjes en algen.
LENGTE TOT CIRCA: 7cm.
BERMPJE
HERKENNING: Er zijn 6 bekdraden van ongelijke lengte aanwezig,waarvan 4 op de bovenlip en 2 in de hoeken van de bek.Lichaam en vinnen zijn onregelmatig vaag gevlekt.De voorzijde van de rugvin bevindt zich voor de voorzijde van de buikvinnen.
VERSPREIDING: Vrij zeldzaam,komt in veel beken op zandgrond veel voor.
VOEDSEL: Voornamelijk kleine diertjes zoals insectenlarve en wormpjes.
LENGTE TOT CIRCA: 15cm.
BRUINE AMERIKAANSE DWERGMEERVAL
HERKENNING: Kan worden verward met de Zwarte Amerikaanse Dwergmeerval.Er zijn 8 bekdraden aanwezig,waarvan 4 op de onderkaak,2 in de hoeken van de bek en 2 op de kop.De stekels van de borstvinnen zijn aan de binnenkant sterk getand.Er is een vetvin aanwezig.
VERSPREIDING:Ingeburgerd,zeldzaam,oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Komt plaatselijk voor in Noord-Brabant en Limburg.Wordt ook wel aangetroffen in het Hollandse plassengebied en in wateren rond Amsterdam.Wordt soms vrijgelaten uit aquaria.
VOEDSEL: Voornamelijk insectenlarve,slakjes,visjes en soms plantendelen.
LENGTE TOT CICA: 45cm.
BAARS
HERKENNING: De 2 rugvinnen zijn gescheiden,waarvan de voorste uitsluitend harde stekels heeft.Op de achterzijde van de voorste rugvin bevindt zich een zwarte vlek.Over het lichaam lopen een aantal verticale donkere banden.
VERSPREIDING: Algemeen,komt voor in niet te troebel water.
VOEDSEL: Eet allerlei dierlijk voedsel,maar boven een lengte van 15cm.vooral vis
LENGTE TOT CIRCA: 50cm.
BOT
HERKENNING: De bek en de ogen van deze platvis staan scheef op de kop.De rug- en anaalvin zijn zeer lang,op de zijlijn en op de basis van de rug- en anaalvin komen kleine beenknobbeltjes voor,die ruw aanvoelen als men hierover van staart naar kop strijkt.
VERSPREIDING: Vrij zeldzaam,komt voor in de zee en in brakke tot zoete wateren, die in zee uitmonden.Trekt als het een 1 of 2 jarige vis de zeeopeningen in.
VOEDSEL: Hoofdzakelijk kleine kreeftachtige,wormpjes en kleine vis.
LENGTE TOT CIRCA: 50cm.
BITTERVOORN
HERKENNING:Op de korte onvolledige zijlijn liggen 34-38 schubben.Op de achterzijde van het lichaam bevindt zich een horizontale blauw-groene streep. In het voorjaar zijn de vrouwtjes in het bezit van een zogenaamde legbuis.
VERSPREIDING: Vrij zeldzaam, komt plaatselijk in groter aantal voor in schone stilstaand water.De bittervoorn is voor de voortplanting afhankelijk van de aanwezigheid van grote zoetwatermosselen.
VOEDSEL: Voornamelijk plantaardig materiaal,dierlijk plankton en insectenlarve.
LENGTE TOT CIRCA: 10cm.
BARBEEL
HERKENNING: De bek is onderstandig met dikke uitstulpbare lippen.Er zijn 4 bekdraden aanwezig waarvan 2 op de bovenlip en 1 in elke hoek van de bek.De rand van de rugvin is hol ingesneden.
VERSPREIDING: Zeldzaam,wordt hoofdzakelijk aangetroffen in het stroomgebied van de Limburgse Maas, maar komt in andere grote rivieren voor.
VOEDSEL: Vooral insectenlarve,wormpjes en weekdieren.
LENGTE TOT CIRCA: 70cm.
BEEKPRIK
De zuigbek van een volwassen beekprik is voorzien van een raspschijf,deze is bezet met een klein aantal,nauwelijks zichtbare
tandjes.Er zijn aan elke zijde 7 kieuwopeningen.De beide rugvinnen zijn vrijwel aaneen gegroeid.
VERSPREIDING: zeldzaam,komt plaatselijk voor in beken.De larve van de beekprik(herkenbaar door het ontbreken van de ogen)leeft vrijwel geheel ingegraven in de bodem.
VOEDSEL:larven en andere kleine voedseldeeltjes,die ze uit het langs stromende water filteren.Volwassen exemplaren voeden zich niet en leven slechts enkele maanden.
LENGTE TOT CIRCA: 16 cm.
BEEKFOREL
HERKENNING: op het lichaam komen rode en zwarte vlekken voor,die meestal blauw of wit omzoomd zijn.De vlekken ontbreken op de staartvin.Er is een vetvin aanwezig.
VERSPREIDING: is zeldzaam, in verschillende beken wordt getracht door uitzetting de forellenstand terug te klrijgen.Ook komt de beekforel door uitzetting voor in het Veersemeer.
VOEDSEL: insecten,insectenlarven,kreeftachtigen en soms kleine visjes.
LENGTE TOT CIRCA: 100 cm.